Overstromingen verzwolgen hun huis, maar er dreef ook iets angstaanjagends mee.

Aditya was onrustig en kon niet slapen. De regen was iets minder geworden, maar het huis kreunde en kraakte onder het gewicht van de met water verzadigde muren. Hij stond op, van plan om het waterpeil opnieuw te controleren. Toen hij de trap naderde, merkte hij iets vreemds – een vreemd geluid, als de zachte, trage beweging van water dat wordt verplaatst.

Hij tuurde de trap af in het donker, maar het was te schemerig om het goed te kunnen zien. Hij dacht dat het misschien puin was, iets dat van buiten naar binnen dreef. Maar toen hij dichterbij kwam, werd zijn bloed koud. De vorm was geen puin – het bewoog, leefde.