Het was een reuzenhaai, en hij zwom op een vreemde en grillige manier. Toen ze beter keken, zagen ze dat het een tijgerhaai was, die bekend staat als een van de gevaarlijkste soorten in de oceaan. Zijn donkere huid glinsterde in het zonlicht en zijn vinnen sneden met dodelijke precisie door het water. Maar toen ze dichterbij kwamen, zagen ze dat de haai duidelijk in nood was, met een grote, opvallende bobbel op zijn lichaam. De matrozen wisten niet hoe ze verder moesten, maar ze wisten dat ze het dier niet zomaar in de steek konden laten.
Terwijl de matrozen worstelden met de hachelijke situatie waarin ze zich bevonden, waren de meningen verdeeld over de beste handelwijze. Sommigen vonden dat ze de haai met rust moesten laten, terwijl anderen zich gedwongen voelden om tussenbeide te komen en het wezen te helpen. De matrozen waren zich bewust van de cruciale rol die haaien spelen in het ecosysteem van de oceaan en konden het niet over hun hart verkrijgen om een dier in nood te negeren. Na lang wikken en wegen nam Harry het voortouw. Met instemming van de anderen besloot hij de expertise van een zeedierenarts in te roepen.