Stropers zwierven door deze wateren en aasden op iedereen die hun pad kruiste. Nolan had de geruchten gehoord, verhalen over mensen die beroofd of vermist werden en over hele kampen die gerund werden door meedogenloze criminelen. Hij was nog nooit oog in oog komen te staan met zulke mannen, maar de gedachte aan hen spookte door zijn dromen.
Zijn hut lag op een lichte verhoging bij een bevroren inham. Dikke sneeuw bedekte het dak en vormde ijspegels die druppelden wanneer een zeldzaam straaltje zonlicht de dakspanten verwarmde. Binnen was alles netjes: een smal bed, een houtkachel en een tafeltje met visgerei.