De spanning in de lucht werd met elke stap dikker. Het huis was griezelig stil, te stil. Sebastians hart bonkte terwijl hij deuren opende, onder bedden keek, kasten controleerde – alles wat hem een aanwijzing kon geven. Maar er was niets. Geen spoor van het meisje.
Het protest van de man werd luider naarmate Sebastian verder zocht. “Je verdoet je tijd! Ik woon hier alleen!” drong de man aan. Maar Sebastian ging door, vastbesloten om de kleinste aanwijzing te vinden dat het meisje echt was geweest, dat ze had bestaan.