Terwijl de uren moeizaam voorbijgingen, raakte Cassandra verstrikt in een web van spanning. Telkens als haar telefoon rinkelde, ging er een rilling van verwachting door haar heen, om vervolgens weg te zinken in de afgrond van onzekerheid als het niet het telefoontje was waar ze op had gewacht. Pas toen de late avond viel, kreeg ze eindelijk het telefoontje dat haar lot in petto had. Toen ze opnam, schalde haar stem, doorspekt met een mengsel van ongeduld en angst, door de hoorn: “Dus?!” Ze wankelde op het randje van haar zenuwen, worstelde om de storm van emoties in bedwang te houden.
Het leek wel een eeuwigheid te duren voor Dr. Hanson zich klaarmaakte om te spreken. Alleen al het schrapen van zijn keel deed Cassandra’s hart in een afgrond van angst storten. De stilte hing zwaar in de lucht, zwanger van angst en vrees. Het voelde alsof hij op het punt stond een verwoestende klap uit te delen en ze zette zich schrap, haar greep op de rand van de tafel, haar lichaam zwaar leunend tegen het stevige frame. Een stille smeekbede weerklonk in haar hoofd: “Alsjeblieft, alsjeblieft, laat het goed nieuws zijn.” Met ingehouden adem wachtte ze tot Dr. Hanson eindelijk zijn lippen van elkaar deed om te spreken..